Homohuwelijk

We lopen via de Yellow Brick Road de jaren negentig uit naar het nieuwe millennium voor een feestelijke wereldprimeur. 

Op 1 april 2001, pal na middernacht, worden in Amsterdam de eerste homohuwelijken ter wereld gesloten.

Of beter: de eerste burgerlijke huwelijken tussen partners van gelijk geslacht. 

 

Aan het homohuwelijk gaan jaren van gelobby vooraf. Al in de jaren zestig gaan de eerste stemmen ervoor op.

Het duurt tot 1995 voor het op de agenda van de Tweede Kamer belandt.

De Wet Openstelling Huwelijk laat dan nog vijf jaar op zich wachten.

Die is opgesteld door Job Cohen, op dat moment Staatssecretaris van Justitie.

Na zijn benoeming tot burgemeester van Amsterdam zal hij zelf de eerste vier huwelijken voltrekken.

Amsterdam heeft hiermee de primeur en de wereld kijkt toe.

Het Nederlandse voorbeeld vind navolging in België in 2003 als tweede land.

Inmiddels is in meer dan 30 landen het huwelijk tussen mensen van hetzelfde geslacht erkent.

 

In Zaanstad zijn in het eerste jaar 28 huwelijken gesloten van mensen van hetzelfde geslacht.

Niet alleen een verbintenis aangaan om elkaar de liefde te verklaren was en is voor velen een reden om dit vast te leggen.

Maar ook kinderen en erfrecht zijn een belangrijke aanleiding.

 

Het homohuwelijk was een belangrijke stap in de geschiedenis naar gelijkwaardigheid en gelijke behandeling van burgers.

In landen om ons heen zien we dat verworvenheden bedreigd worden door conservatieve lobby's en extreemrechtse politiek.

Vandaar dat ze een betere bescherming verdienen.

Een wetswijziging voor Artikel 1 werd dit jaar door de Eerste Kamer aangenomen om LHBTI-rechten te verankeren in de Grondwet.